Veranderingen in het arbeidsrecht door de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) deel 2

In het vorige artikel gingen wij in op de veranderingen per 1 januari 2020 in het arbeidsrecht. In deel 2 leggen wij de focus op de oproepkrachten. Lees meer

Veranderingen in het arbeidsrecht door de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) deel 1

Vanaf 1 januari 2020 veranderen de regels in het arbeidsrecht en het sociaal zekerheidsrecht door de inwerkingtreding van de WAB. Voor werkgevers en werknemers wordt dit een ingrijpende verandering. Daarom nemen wij u graag in drie delen mee in de belangrijkste wijzigingen. In deel 1 zoomen wij graag in op het ontslagrecht.

De voorwaarden om werknemers met een vast contract te kunnen ontslaan worden voortaan minder streng. Momenteel kan de werkgever een werknemer alleen ontslaan op basis van één ontslaggrond, bijvoorbeeld disfunctioneren. Dit verandert per 1 januari 2020. De werkgever mag ook meerdere ontslaggronden in combinatie aanvoeren (de cumulatiegrond) zoals bijvoorbeeld een verstoorde arbeidsverhouding in combinatie met disfunctioneren.

Op het moment dat een werkgever zich op deze combinatie beroept, staat daar wel tegenover dat een (kanton)rechter de ontslagvergoeding voor de werknemer kan verhogen. Ook wordt het recht op een ontslagvergoeding verruimd. Voorheen kregen alleen werknemers recht op deze vergoeding op het moment dat zij minimaal 24 maanden in dienst waren. Vanaf 2020 heeft de werknemer reeds vanaf de eerste werkdag recht op deze vergoeding.

Kortom – ontslag wordt door deze wijziging iets makkelijker, maar kan in sommige gevallen ook duurder uitvallen. In deel 2 & 3 nemen wij u mee in de veranderingen op andere delen van het arbeidsrecht door de WAB.

Heeft u als werkgever of werknemer vragen over uw rechtspositie of komt er een ontslag aan?  Schroom niet om contact op te nemen met ons kantoor indien u in een dergelijke situatie terecht komt. Onze gespecialiseerde advocaten op het gebied van het arbeidsrecht helpen u graag.

Einde aan “slapend dienstverband”

Zeer recentelijk, 8 november 2019, heeft de Hoge Raad een streep getrokken door de slapende dienstverbanden. De recente uitspraak laat zien dat werkgevers langdurig zieken niet langer slapend in dienst mogen houden om op die manier uitbetaling van de transitievergoeding te omzeilen.

 

Het probleem van het slapend dienstverband komt zeer regelmatig voor. Langdurig arbeidsongeschikte werknemers zitten thuis en krijgen geen loon meer, terwijl de werkgever het dienstverband slapend houdt. Regelmatig wordt door de werkgever bewust geen einde gemaakt aan het dienstverband, om aan het betalen van de transitievergoeding te ontkomen. Tot voor de recente uitspraak was dat juridisch gezien geoorloofd.

 

De Hoge Raad besliste echter afgelopen vrijdag dat dergelijke slapende dienstverbanden niet langer door de beugel kunnen.

 

Duidelijk is dat de wetgever af wil van de “slapende dienstverbanden”. Op grond daarvan brengt de eis van ‘goed werkgeverschap’ mee dat een werkgever gehouden is in te stemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, onder toekenning van een vergoeding aan de werknemer ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding, aldus de Hoge Raad.

Dit kan anders zijn als de werkgever gerechtvaardigde belangen heeft om de arbeidsongeschikte werknemer toch in dienst te houden, bijvoorbeeld als er een reëel uitzicht is op re-integratie.

 

Deze recente uitspraak biedt dus eindelijk uitzicht voor vele langdurig zieke werknemers. Wordt u geconfronteerd met een werkgever die uw dienstverband bewust slapend houdt? U hoeft dit niet langer te accepteren. Neem voor advies gerust contact op met Van Dijk c.s. Advocaten.

 

Bron: HR 8 november 2019 ECLI:NL:HR:2019:1734

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2019:1734