Detentie en uitkeringsrechten

Bij nagenoeg alle sociale uitkeringen vervalt het recht op een uitkering wanneer de betrokkene gedetineerd is. Dit geldt onder andere voor een uitkering op basis van WAO, WIA, Wajong en WW. Op zich lijkt deze regel duidelijk. Niets is echter minder waar.

Bij het opleggen van een TBS-maatregel bijvoorbeeld kan de datum van het opleggen van deze maatregel eerder zijn gelegen dan de uitvoering daarvan. In de tussentijd zit betrokkene in detentie, de zogenaamde “passantentermijn”. Zulks in afwachting van de plaatsing in de TBS-kliniek. Wat gebeurt er in de tussentijd met de uitkering?

De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 12 mei jl. biedt hierover duidelijkheid. In deze zaak diende te betrokkene een klacht in bij het Europees Hof voor de rechten van Mens vanwege de duur van de passantentermijn, in dit geval maar liefst 13 maanden. Het Hof oordeelde dat een termijn van dergelijke duur strijd oplevert met het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).

Naar aanleiding van dit oordeel van het Hof oordeelt de Centrale Raad van Beroep met betrekking tot de Wajong-uitkering in deze kwestie dat na het uitzitten van de gevangenisstraf en het onherroepelijk worden van de TBS-maatregel, de uitkering niet meer geweigerd kan worden. De betrokkene was immers feitelijk niet in een TBS-kliniek geplaatst waardoor er niet geoordeeld kan worden dat hem ‘rechtens’ zijn vrijheid was ontnomen.

Aangezien de Centrale Raad van Beroep hoogste rechter is op het gebied van het sociale bestuursrecht ligt het voor de hand dat een zelfde benadering ook zal worden aangehouden bij andere sociale uitkeringen. De praktijk van de rechtspraak zal dit uitwijzen.

Heeft u vragen over uw recht op een sociale uitkering? Neem dan contact op met Van Dijk c.s. Advocaten. Zij volgen deze actualiteiten op de voet en kunnen u van up-to-date advies voorzien.

Uitspraak: ECLI:NL:CRVB:2017:1764.