Het kwam op één minuut aan!

Een man parkeert zijn auto in het gebied voor betaald parkeren. In de gemeente Den Haag wordt gewerkt met een zogenaamde “scanauto” die registreert of een auto al dan niet geparkeerd staat terwijl er ook parkeergeld is betaald.

Nadat de man de auto had geparkeerd, was hij naar een parkeerautomaat gelopen en had hij een kaartje gekocht. Hij stelde zich op het standpunt dat de boete diende te worden kwijtgescholden. Uiteindelijk wordt geconstateerd, tot bij het Hof, dat de man helemaal niet naar de dichtstbijzijnde parkeerautomaat is gegaan. Er werd een parkeerautomaat gekozen die wel 300 meter verder van zijn auto aflag, terwijl er ook parkeerautomaten binnen tien meter stonden.

Een redelijke termijn moet altijd worden gegund om een parkeerkaartje te kunnen kopen, maar in dit geval is een tijdspanne van in totaal vijf minuten ruim voldoende voor het lopen naar een van de andere parkeerautomaat om parkeergeld te betalen. De boete blijft derhalve in stand.

Vindplaats: ECLI: NL: GHDHA: 2019: 2348

Een bijzondere visie op een ontslagvergoeding

Het Hof Arnhem-Leeuwarden diende zich uit te laten over een bijzondere visie van een werknemer die een ontslagvergoeding had gekregen in het kader van een einde dienstverband.

De werknemer werkte bijna 16 jaar voor een hogeschool, maar dat verliep niet altijd met evenveel plezier. Maar liefst twee keer kreeg de man een burn-out en werden er afspraken gemaakt over een afvloeiingsregeling. Een eerste aanbod van werkgever in het kader van een ontslagregeling werd door hem afgewezen, omdat hij de ontslagvergoeding te laag vond.

In de gesprekken met werkgever gaf de man aan dat hij grote emotionele en financiële schade had geleden en dat dit een hogere ontslagvergoeding rechtvaardigde. Uiteindelijk kreeg de man zijn zin en ontving hij een ontslagvergoeding van ruim € 107.000. Dat was het dubbele van het eerste aanbod. De vaststellingsovereenkomst werd ondertekend.

De belastingdienst hield vervolgens het gebruikelijke bedrag in aan loonbelasting. Vaak is dat iets meer dan de helft bij een ontslagvergoeding. De man was het daar niet mee eens en stelde zich op het standpunt dat de ontslagvergoeding gedeeltelijk moest worden aangemerkt als een vergoeding voor immateriële schade.

Daar kwam de man echter niet mee weg. Hij had niet aannemelijk gemaakt dat werkgever een deel van de ontslagvergoeding had bedoeld als vergoeding voor geleden immateriële schade.

De helft van die ontslagvergoeding bleef uiteindelijk toch in handen van een belastingdienst.

Vindplaats: ECLI: NL: GHARL: 2019: 6653